• Home
  • Activiteiten
  • Blogs
  • Previews
  • Shop
  • Contact
  • FAQ
Twitter Facebook

Canadees onderzoek komt tot verrassende vaststelling wat “abnormale” seksuele voorkeuren betreft

“Bizar” is blijkbaar de norm als het over seksuele verlangens gaat. Dat blijkt uit een recent onderzoek van de University of Montreal. Blijkt dat bijna de helft van onze seksuele fantasieën beschouwd kunnen worden als “deviant” of “atypisch”, tenminste als we de geldende psychiatrische criteria volgen.

In het onderzoek, gepubliceerd in het Journal of Sex Research, werden 1.040 Canadezen van beide geslachten bevraagd naar hun seksueel gedrag en voorkeuren. Met dergelijke grote groep vermoeden de onderzoekers dat de conclusies van het onderzoek waarschijnlijk gelden voor heel Noord-Amerika en Europa.

In de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders Fifth Edition (DSM-5) – vaak wat cynisch de  psychiatrische "bijbel" genoemd  – wordt seksueel gedrag opgedeeld in “normophilic” (beschouwd als “normaal” of "typisch" gedrag) en “paraphilic” (beschouwd als “abnormaal” of "deviant" gedrag). 45,5 procent van de bevraagde personen verklaarden dat ze interesse hadden in op zijn minst 1 soort seksueel gedrag dat als parafiel kan benoemd worden en 33 procent gaf aan er al ervaringen mee gehad te hebben.  

Onder de bevraagden, had 35 % wat met voyeurisme (het kijken naar iemand anders die seks heeft of intieme handelingen verricht), 26 % hield van een of andere vorm van fetisjisme (seksuele stimulatie met een levenloos object of niet-seksueel lichaamsdeel), nog eens 26 % hield van frotteurisme (zonder toestemming tegen iemand aanwrijven of betasten ), en 19 % werd opgewonden door masochistische handelingen (seksuele bevrediging vinden in pijn of vernedering).

Christian Joyal, een van de onderzoekers, verklaarde dat zowel mannen als vrouwen hun seksuele eigenaardigheden hebben, maar dat er lichte verschillen bestaan tussen beide geslachten.

In een officiële verklaring schreef hij: "In het algemeen geldt dat mannen meer interesse tonen in parafiel gedrag dan vrouwen. Maar dit betekent niet dat vrouwen ze helemaal niet zouden hebben. Meer nog, de vrouwen die verklaarden interesse te hebben in seksuele onderdanigheid, hadden meer gevarieerde seksuele interesses en gaven ook aan meer tevreden te zijn en bevredigd te worden door de beleving van deze seksuele voorkeur.

Hiermee wordt de kritiek op de DSM - de medicalisering van de menselijke natuur en de culturele vooringenomenheid - nog maar eens kracht bijgezet.  Zo werd bijv. homoseksualiteit beschouwd als een sociopathische persoonlijkheidsstoornis tot en met de DSM-versie van 1952. Het team van onderzoekers hoopt hiermee de beperkende en inflexibele criteria van de DSM-5, die volgens hen er niet in slaagt om de diversiteit van seksuele voorkeuren en smaken in overweging te nemen, aan te vechten.

Professor Joyal voegde eraan toe: "Een parafilie is geen psychische stoornis maar eerder een seksuele voorkeur voor niet-normofiel gedrag, waarbij het parafiel gedrag niet-preferentieel is en men er zich alleen af en toe mee bezighoudt. Dit onderzoek suggereert bovendien dat bepaalde gedragingen, die volgens een juridische kwalificatie als parafiel beschouwd worden, verre van abnormaal zijn, iets wat totaal haaks staat op wat gesuggereerd wordt door de DSM-5. "

Zo, nu hoorde u het ook eens van een ander.

Sebastianus
46/2016-3 

Opmerkingen
Plaats uw commentaar
: