januari 2020

Wat je niet vertelt, kan een ander ook niet weten

Deze titel is een open deur intrappen. Evident toch? Als je wilt dat men rekening met je houdt , dan is het noodzakelijk dat je vertelt wie je bent, hoe je het aanvoelt of hoe je over iets denkt. Op die manier sta je het stevigst in het leven.

Maar in de praktijk blijkt dat “duidelijk zijn” toch vaak een struikelblok te vormen. En zeker een risico voor BDSM’ers. Want wat je niet vooraf vertelt aan je spelpartner kan je lelijk parten spelen tijdens het spel. Als je van mekaar vooraf niet weet wat je lekker en niet lekker vindt dan ontstaan er misverstanden.

Maar ook … wat je als BDSM’er niet vertelt aan je hulp- of zorgverlener, daar kan die niks mee doen – of in het slechtste geval – zelfs verkeerde conclusies uit trekken. Misschien denkt hij eerder aan mishandeling en misbruik dan aan een consensueel spel…

En wat als een hulp- of zorgverlener niets of onvoldoende verteld wordt over BDSM tijdens zijn opleiding? Daar kan hij onvoorbereid mee geconfronteerd worden door een cliënt of patiënt, en er dan geen raad mee weten.

Dat laatste probleem wordt helaas nog regelmatig ervaren door BDSM’ers. Als ze een beroep doen op hulp- en zorgverleners hebben ze:
– ofwel de moed of de durf niet om open te zijn over hun BDSM-behoefte uit vrees beoordeeld of geweigerd te worden;
– ofwel worden ze bekeken als iemand die een probleem met BDSM heeft, wat niet noodzakelijk de reden van hun hulpvraag hoeft te zijn;
– ofwel worden ze meteen doorverwezen omdat de hulp- of zorgverlener er geen raad mee weet. De stoutmoedigsten gaan dan hun hulp- of zorgverlener zelf proberen uit te leggen wat BDSM is en hoe zij het beleven. Hulpverlening, maar dan omgekeerd.

Deze problemen werden inmiddels ook in recente wetenschappelijke onderzoeken gerapporteerd en de conclusies zijn telkens dezelfde:

BDSM’ers durven zich in hun contacten met hulp- en zorgverleners niet zonder schroom te outen omdat ze vrezen niet begrepen te worden en dreigen daardoor geen adequate hulp of zorg te krijgen.

Best een onthutsende vaststelling en dat is ook de reden waarom ik het boek “BDSM in de/jouw praktijk” geschreven heb. De bedoeling van dit boek is hulp- en zorgverleners meer vertrouwd te maken met de inhoud, de beleving, de betekenis en de gevolgen voor mensen die een BDSM-behoefte hebben. De doelstelling is vanuit een beter begrip en kennis te komen tot een adequatere zorg- en hulpverlening voor mensen die deze erotisch-seksuele voorkeur hebben. Daarnaast kunnen de gegeven concrete adviezen helpen om – binnen de hulpverlenings- en zorgpraktijk – BDSM-gedrag te normaliseren en de bespreekbaarheid ervan te verhogen.

Ik hoop dat dit boek daaraan een steentje kan toe bijdragen. Dat hulp- en zorgverleners er gebruik van zullen maken om hun cliënten of patiënten beter te begrijpen en adequater verder te kunnen helpen.

S. Sebastianus